Topmeiden op scherp: Vechthockey domineert van Den Bosch tot Auckland
Het vrouwenhockey laat momenteel genadeloos zien hoe bizar dicht de top bij elkaar ligt, ongeacht of je nu naar het Europese clubhockey kijkt of je blik op een mondiaal landentoernooi richt. Het zijn vaak van die verbeten slijtageslagen waar het spektakel sneuvelt op het tactische schaakbord. En eerlijk is eerlijk: ergens is het fascinerend om te zien hoe ploegen elkaar in zo’n ijzeren greep kunnen houden tot de bom barst.
Neem nou de finale van de Euro Hockey League. De meiden van SCHC hebben ein-de-lijk die felbegeerde EHL-titel te pakken. En hoe lekker is het dan als je dat flikt in het hol van de leeuw, door thuisploeg en eeuwige rivaal Den Bosch met 1-0 de mond te snoeren. Het beloofde vooraf al een taai potje te worden. De ploegen kennen elkaars spelletje simpelweg te goed en hoewel Den Bosch het thuisvoordeel had, dreunde de klap van hun eerdere 4-0 nederlaag tegen koploper SCHC in de Hoofdklasse overduidelijk nog na.
Zoals wel vaker in dit soort zwaarbevochten duels moest het gevaar vanuit de strafcorners komen. Waar specialist Yibbi Jansen in het eerste kwart nog gokte op een variant die hopeloos de mist inging, besloot ze in het derde bedrijf dat het mooi was geweest. Een loeiharde, zuivere sleep push dwars door het midden: 1-0. Frédérique Matla kreeg namens de Bossche formatie nog wel een paar serieuze kansen om de boel recht te trekken, waaronder een inzet die net voor rust rakelings naast vloog. Zelfs een uiterste poging ruim een minuut voor tijd mocht niet baten, want doelvrouw Marsha Zwezereijn hield haar kooi vakkundig schoon en hielp Bilthoven aan de eerste Europese hoofdprijs sinds 2015.
Voor SCHC was de ontlading na het laatste fluitsignaal dan ook gigantisch. Het voelde als gerechtigheid na een hoop jaren van net-niet. Matchwinner Jansen roemde het onderlinge vechten voor elke meter, iets wat haar teamgenoot Pien Dicke volmondig kon beamen. Mooi hockey was het allerminst, maar zo gaan die knokpartijen tegen Den Bosch nu eenmaal. Routinier Xan de Waard vatte het misschien wel het best samen: de aanhouder wint, simpel als dat.
Terwijl de SCHC-selectie de champagne ontkurkte, rolt de bal aan de andere kant van de wereld in rap tempo door. In Nieuw-Zeeland is de FIH Nations Cup in volle gang, en we zagen een opvallend vergelijkbaar spelbeeld tijdens de clash tussen India en Japan. Ook op het veld in Auckland hielden de ploegen elkaar ellenlang in bedwang zonder dat er echt grote gaten vielen. Pas in het derde kwart werd de ban gebroken door een ragfijne strafcornervariant. Via Navneet Kaur en een slimme deflectie van Nikki Pradhan was het aanvoerder Salima Tete die de bal overtuigend binnen tikte.
Japan liet zich echter niet zomaar naar de slachtbank leiden en trok luttele minuten later via een corner van Hiramitsu Ai de stand brutaal weer gelijk. Toch viel het kwartje uiteindelijk de kant op van de Indiase vrouwen, die in het vierde kwart lieten zien dat ze niet voor niets hun poule domineren. Een messcherpe splijtpass van Sushila Chanu Pukhrambam bereikte Lalremsiami, die met een subtiele tip-in de 2-1 eindstand op het bord zette. Het verzekert India van een welverdiende plek in de halve finale. Een prachtig resultaat, zeker voor middenvelder Jyoti die in dit schaakspel ook nog eens haar honderdste cap voor de nationale ploeg mocht noteren. Het bewijst maar weer dat op dit niveau, of je nu vecht voor de Europese clubmacht of internationale dominantie, volharding de enige valuta is die telt.









